De eerste minuten kunnen mijn ogen zich alleen maar richten op alles dat beweegt. Het duurt even voordat het me lukt om mijn gedachten uit te zetten of te verzetten. Het is maar net hoe je het bekijkt.

Ik ga van oordelen over een auto die onterecht voorrang neemt naar het kleine stipje licht achter de Zwijndrechtse brug. Zonder dat ik het door heb loop ik naar de andere kant op het moment dat het stipje verdwijnt.

Aan de andere kant voel ik me minder op mijn gemak. En na een paar minuten loop ik terug. Maar het onrustige gevoel blijft. Ik vraag me af waarom.

Wederom naar de andere kant. Er staan mensen te schuilen voor de regen. Ik kijk naar ze.  Zij zwaaien. Ik zwaai terug. En ineens voel ik me weer op mijn gemak. Snel loop ik weer richting de Dordtse dom. De onrust keert niet terug. Ik zoek… En dan weet ik het! De zon schijnt.

Licht.

Donker is onrust. Er zwaaien mensen. Dat is vriendelijk. Vriendelijk=licht. Licht in het donker.

Ik heb geen controle.
Zonder mij gaat alles door.
Maar ik sta aan de kant van het licht.
Dat weet ik nu zeker.
Zo zeker als dat de wind blijft zingen.
Net als ik.