Woensdagavond. De een-op-na laatste dag. Na de eerste en de allerlaatste is dit toch wel ‘the best of the best!’

Onder me, schuin aan de overkant, een man in zijn huiskamer. Kijkt hij het NOS-Journaal? Hij buigt zich naar het raam. Staat de waarnemer op zijn post? Ja, check! Terug naar het journaal. Dezelfde minuut: een grote meeuw scheert voorlangs: double check. Tot slot: iets later, een duif op het houten geraamte. Ook hij (zij?) zag dat het goed was.

Onder me de Noordendijk, die voor Kothinsky een flauwe bocht maakt. Iedereen snijdt hem af. Zou ik dat ook doen als ik hier rijd … ?

Op het raam kleine spettertjes. Traantjes? Omdat het project bijna is afgelopen? Ja, spettertjes. Regen en bewolking. Geen avondzonnetje zoals de laatste achter ons liggende weken. Ach, waarnemer is als in mindfulness: acceptatie, niet-streven, actief vrede hebben met ‘zoals het is’. En wat is het groen allemaal.

Het hout van de constructie ruikt, ook na een jaar, nog vers. Tik, tik, tik. Het koelt af. En wat is toch die terugkerende ruis? Niet het kacheltje. Een afvoer? Nee, daarvoor is het te regelmatig en te abrupt stoppend. Bijna aan het einde van mijn ‘dienst’ zie ik het: het is de fontein op het speelplein voor Kinepolis.

Mijn dienst zit er op. De op-een-na laatste schakel van de ketting. De man beneden me, aan de overkant, heeft zijn post verlaten.