Eerst een half uur aan de oostkant. Hoewel zwaaiende fans bij de start, en later de spelende kinderen (onbewust van het feit dat ik ze van boven bespied), blijft mijn oog steeds weer getrokken worden naar het kantoor gebouw aan de andere kant van het plein. Architectonisch misschien niet het aller mooist, past het op de één of andere manier helemaal in het beeld. Bijna een monument.

Het tweede halfuur aan de westzijde. De oude binnenstad met fier de Grote Kerkstoren. Het Tomadohuis, de ING Bank, het stadhuis, het Groothoofd en dat mijn inziens vreselijke complex aan de Riedijkshaven. Maar het meest fascinerende was wel de Noordendijk met zijn vele verkeer, zwaaiende mensen, toeterende auto’s. En met aan het eind aan de overkant van de Voorstraathaven de Bonifatiuskerk. Die prachtig beschenen werd door de ondergaande zon (tergend langzaam) en daardoor voorzien van een gouden aureool gevormd door de openingen in de bewolking. En als apotheose de planeet Venus. Liefde waarnaar uiteindelijk iedereen naar smacht.