De stad ontwaakt & ik waak over de stad. Er is een stad- een landzijde. Mijn voorkeur gaat uit naar de stadskant, maar land heeft een mooiere lucht. Die prachtig openbreekt met pastelkleren. Aan de landzijde de koeltoren van Geertruidenberg, ver weg. Het stadion Krommendijk lijkt ook ver weg. Het stoplicht aan de Noordendijk die verkleurd. Het Drechtsteden kantoor, villa Augustus in de steigers en de Kinepolis die het zicht op het water blokkeert. Onder me het Energieplein zonder energie. Geen fonteinen die spuiten, geen gillende kinderen of basketballende tieners en fietsers over het rubber.

Boven me cirkelen meeuwen, meer gelijk met me de kraaien. De meeuwen hangen bewegingsloos in de lucht. De kraaien hebben een beetje mijn uitzicht stadszijde. Een vrouw met rode muts zwaait naar mij alsof ze me welkom wil heten. Ik zwaai uiteraard terug. In de verte de skyline van Rotterdam, de Euromast, het appartementencomplex in Zwijndrecht. De Zwijndrechtse watertoren en natuurlijk de Zwijndrechtsebrug.

Meer dichtbij het Groothoofd, de Grote Kerk met de Dordtse of Oostenrijkse wapperende vlag, de groene doos van de Kunstmin. Daar brandt licht. Er moet iemand zijn. Gek dat het oude Stadhuis links van de Grote Kerk lijkt te staan.

Op een dak zijn twee duiven elkaar aan het verleiden. Ze werden afgewisseld door 2 eksters die ook de liefde willen bedrijven. Het is voorjaar! Verder onder me beren voor de ramen en de woningen met trappen aan de Noordendijk. De eerste woning heeft zijn trappen niet schoongemaakt. De nummers 2 tot en met 5 wel. Met een hogedrukreiniger zie ik zo voor me vast de man des huizes. De trappen van de laatste woningen zijn weer niet schoon. Tot slot vallen de containers in de tuinen mij op. Hele rijen groene, blauwe en oranje containers. Ook de strepen op het raam, verticaal een weerspiegeling van de verlichting binnen zullen me bijblijven. Ze vormden een mooie omkadering van deze prachtige stad. Een stad om van te houden.