Wat een rust in de stad. Het leek net een hete zomerdag.Nauwelijks kon ik naar fietsers of voetgangers zwaaien.Soms was de Noordendijk net uitgestorven. Een stel Bruggers, die aan het hardlopen waren, merkten me op en zwaaiden. Heel lief ook de man op de fiets met de taart, die toch maar waagde om te zwaaien, met geen hand meer aan het stuur. 

Zo had ik tijd om goed naar de stad te kijken, waar ik zo vaak mijn ronden fiets. Kunstmin, Tomadohuis, Andreaskerk, Statenplein, Grote Kerk en brug, Rotterdam in de verte.

Het energieplein was ook uitgestorven. Pas later gingen twee vrienden voetballen.

Ik dacht aan mijn eigen vrienden en ook aan mijn oma, die een paar maanden geleden is gestorven. Morgen, op 6 april, zou ze 101 zijn geworden. Morgen was ook de datum, waarop eerst alles weer “normaal” zou zijn na de lockdown. Deze zonsondergang was dus eigenlijk de laatste voor de normaliteit. Maar nee, het bleef stil in Dordt, want bijna niemand was weg, dus bijna niemand hoefde zich naar huis te haasten. Want morgen op maandag wordt het zoals vandaag.