Deze ochtend start van een nieuwe week mogen waarnemen, was anders dan ik van te voren kon bedenken. Geen drukke maandag waar al mijn stadsgenoten zich naar hun werk en school begeven. Een verlaten stad. Corona virus.

Daar sta ik boven de stad, genieten genieten. Villa Augustus waar de zon langzaam opkomt aan de ene kant. In eerste instantie waar ik van geniet. Aan de andere kant ligt de stad met haar huizen. Daar waar ik woon en werk. De huizen liggen er verlaten bij. Ik zie nauwelijks leven. Een eenzame fietser op weg, in het zwart, iedere fietser trouwens in het zwart. En minder vogels dan ik hoopte. Het staan hier hoog is dubbel. Je ziet iedereen het geeft een mooi gevoel, machtig. Maar ook toch eenzaamheid. Zo voelt het als je overal boven staat maar niet meedoet. Of als je buiten de maatschappij gezet wordt en niemand naar je kijkt. Hoe blij ben ik met de 1e zwaaiende dame. Eindelijk iemand die speciaal stopt om naar me te zaaien. De huisjes doen me denken aan m’n kind zijn, toen ik de 1e luchtfoto’s van de stad zag, en je je niet realiseerde dat daar mensen in al die huisjes woonden.

Dubbele ervaring, micro en macro gevoel. Maar ik ben van de straat. Dank je wel.