Wat heb je waargenomen? Of beter ‘Waar dacht je aan toen je waarnam?’ 

Dat zijn de twee vragen die mij bezig hielden toen ik naar het Energiehuis fietste. En nu weer nu ik de pen in mijn hand heb. Uiteraard wetende dat ik een stukje zou schrijven over het uur dat ik zojuist uitkijkend over stad heb doorgebracht.

Nou kan ik natuurlijk een quasi poëtisch stuk uit mijn mouw schudden. Over de gekke situatie waarin wij met zijn allen zitten. En dat het in tijden als deze belangrijk is dat we op elkaar letten en vooral elkaar waarnemen. Of dat ik kinderen buiten heb zien spelen en mijzelf erop betrapte dat ik niet wist dat dit fenomeen nog bestond. 

Maar om eerlijk te zijn dacht ik niet zoveel toen ik daarboven stond. En voor mij, nadat ik drie maanden geleden een zware hersenschudding op liep, was dat erg fijn. Even niks moeten, niks denken, in mijn eentje en gewoon kijken. Dus wat zag ik?

Ik zag de zon zakken, een pizza bezorgd worden volgens de richtlijnen van het RIVM. En toen een man onder mij door fietste, nam ik zijn kale plek waar.