Het is een lekkere, zonnige dag. Ik meen dat ik Rotterdam kan zien. Veel verkeer is er niet. Corona legt ons stil.

Als ik naar de binnnenstad kijk zie ik allemaal bekende plekken en gebouwen: de molen, de spoorbrug en de Kunstmin. Ook het zachte groene gewaad van een uitlopende boom. Langzaam zakt de stad weg in een grijs-groen silhouet. Met enkele uitstekende markeerpunten. De zon geeft nog een laatste groet en weg is hij.

Op het plein (mooi en eigentijds stedelijk) wordt gevoetbald: hoge stemmen.

Villa Augustus, de brug naar de staart. Een andere wereld. Het valt me op dat het gebouw tegenover wel echt mooi vormgegeven is (nr 248?).

Het uur ging snel. Ik was nog niet uitgekeken. Een feestje.