Ik bof besef ik, het is stralend weer
De zon schijnt fel in het westelijke raam
Af en toe verborgen achter een wolk
verblindt hij mijn uitzicht over de stad

De stad, geroemd om wat bewaard bleef
Verafschuwd voor wat er vervangen werd
Ik neem waar dat het onder oude ooit nieuw is geweest
Wat het toen ook al mooi was
is het nu mooi omdat er iets contrasterends tegenover staat

Bijna een uur later zie ik de zon aanzwellen
Hij gaat onder
Precies achter het schip
Het schip van de Grote Kerk
Die ik eerst niet
maar dan prachtig van achter verlicht te zien krijg
De hele kerk gloeit
Er wordt geklopt
Het is tijd.