Ben ik vandaag wel waargenomen? Dat vroeg ik mij vandaag af. Ik heb veel gezien, de lange file auto’s uit de Stadspolders, de ambtenaar die naar zijn werk fietst, de kraai die iets lospeuterd tussen de stenen, de vuilnisman die 1 voor 1 de vier rode prullenbakken leegt rond het plein. Mijn ogen van de ene kant naar de andere kant van de stad.

Mais moi est-ce que je suis “waargenomen”?

Is dat niet de essentie van ons leven, dat we allemaal “waargenomen” willen worden? Ach, daar is ze, mijn vrouw Mieke. Door de regen komt ze aangefietst. Och, ik herken haar meteen ondanks haar regenpak. Zw zwaait. Ik ben waargenomen.