Daar sta je dan, in de stilte, in de storm. Heel even een momentje van wat doe ik hier? Maar ik zag de donkere wolken die pijlsnel weer een prachtige lucht voorbijdreven. Wat een mooie symboliek. Wat fijn dat ik mijn gevoel heb gevolgd en hier sta.

Ik heb me niet eenzaam gevoeld, helemaal alleen in een venster boven een slapende stad want veel activitet was er niet. Een auto komt voorbij, en nog een, en nog een. Ze snijden consequent de bocht af. Dat kan ook, want de weg is leeg. Dan komt er een auto in tegengestelde richting. Ik voel me nog steeds alleen, maar de mensen zwaaien naar me. Ze zien me en ik zie hun. En in een keer valt het kwartje. Ik zie de trappen van de huizen van de Noordendijk. Ze hebben alle kleuren: zwart, grijs, groen en net-schoongemaakte betonkleuren. Alle kleuren strak afgescheiden tot de grens van de woning en de grens van het gebied waar de mensen zelf wonen. En geen centimeter breder. Auto na auto en ik word niet geizen. Een fietser, hij zwaait. Het maakte me diep gelukkig. Wat een waarde om te zien en gezien te worden. Wat een kracht schuilt er in contact, en wat merk ik dat z’n klein gebaar me zo gelukkig maakt. Ik besluit de rollen om te draaien. Een mevrouw komt langsgelopen en ik zwaai als eerste. De blije stralende lach verklaart dat zij net gelukkig wordt van contact als ik. Eenvoudig contact. Elkaar zien. In dit geval vanuit een raam op een dak met een onbekende op straat.

Ik ben heel gelukkig geworden avn dit uur in het Venster. En heb me voorgenomen meer mensen oprecht te willen zien, te willen waarnemen. Wat een waarde!