Langzaam valt de avond. De stad wordt mooier naarmate er minder licht op valt. Het kloeke silhouet van de Grote Kerk maakt van deze afstand grote indruk. De vlag die zo duidelijk zichtbaar boven de toren staat, strak in de wind, maakt dat ik mij in een tijdcapsule voel staan… Ik kijk terug. Mooi vind ik ook dat het uitzicht op de kerk niet onderbroken wordt door de hoogbouw. Echt een baken. Dat moet in de middeleeuwen nog veel indrukwekkender geweest zijn.

De ramen lichten op. Het doet mij denken aan ramen van een kerk in Dordrecht die ik tijdens mijn eerste baantje, ik was 18 jaar, heb gerestaureerd. Ik brandschilderde. Dit werd mijn eerste ‘beroep’.

De hoge positie van de uitkijkpost maakt dat ik dat terugglijd naar mijn kindertijd, waarbij ik in mijn bedje ‘s avonds afvroeg hoe de wereld zo kon draaien als hij deed. En ik dan mezelf uit bed fantaseerde. Eerst keek ik dan uit over de straat, dan ging ik hoger en nog hoger. Zo hoog als de Grote Kerk en dan nog verder. Boven de stad en door. Totdat ik tussen de sterren vandaan de aarde gade sloeg. Dordrecht werd dan een speldeprik. Maar gelukkig kwam ik altijd veilig thuis. 

Mijn leven heeft zich voor een groot deel in deze stad afgespeeld, Het was, en is, een fijne uitvalsbasis. Ik werk zelfs in een ateliergebouw dat mijn eigen lagere school was. De stad is prachtig en heeft mij veel gegeven. Een stad zonder rivier, ik kan het mij niet voorstellen!