Dit is Dordrecht in de regen. Aan de ene kant de Grote Kerk zonder torenspits. Aan de andere kant de watertoren met wel vier spitsen. De witte pijlers van de Zwijndrechtse brug steken mooi af tegen de loodgrijze hemel. Aan de andere zijde doen de witte bogen van de Papendrechtse brug hetzelfde. 

Er steekt nog meer de grijze lucht in: de zwarte wieken van de molen ‘Kyck over den Dyck’. De rode bakstenen van de gasfabriekschoorsteen. Een oranje hijskraan aan de ene kant … en ook een aan de andere.

Ik sta heel knus hierboven, in deze verwarmde cabine waar het ruikt naar versgezaagd hout. De regen loopt in straaltjes langs het raam. Boven mijn hoofd tikken de druppels op het dak en ergens klettert het water uit een regenpijp.

Onder mij is het natte plein een zwarte spiegel. Een meisje probeert een bal in het basketbaldoel te krijgen. Ze is helemaal alleen. De regen stoort haar niet. Ze draagt een hoofddoek met daaroverheen een pet, een lange jurk met daaroverheen een jas en witte sneakers met daarboven een zwarte maillot. Keer op keer gooit ze de bal. Een enkele keer is het raak.

De stad wordt donker. In de huizen springen lichten aan. Oranje vakjes in een grauwe stad. Het is spitsuur. Autobanden sissen over het natte asfalt van de Noordendijk. Steeds meer lampen gaan aan: koplampen, achterlichten, straatverlichting.Op de Grote Kerk zijn de wijzers van de klok nu verlicht, evenals de spitsen van de watertoren. Dit is Dordrecht in de regen.