Ik denk aan een kinderliedje:
Wat een weer weer
Wat een weer
Regen plenst tegen de ramen
En de wind die gaat tekeer
Wat een weer weer
Wat een weer

Dordrecht is al lang ontwaakt als ik boven de stad uit toren, al is het nog zo donker. Stiekem had ik gehoopt op sneeuw. Als kind vierde ik mijn verjaardag altijd op schaatsen of op de slee. Deze verjaardagswens is niet in vervulling gegaan maar deze dag begint toch wonderschoon.
Alle geluiden van de stad worden gedemd door de regen. Ik gluur bij de mensen naar binnen en neem hun dagelijkse routine waar. Iemand kijkt tv en ergens gaat een licht aan. Ik heb te doen met die arme drommels die in de file staan op de Noordendijk. Zo ver als ik kan kijken zie ik koplampen. Dichterbij in het kantoor tegenover het Energiehuis
zie ik nog meer drommels. Ineengedoken lopen ze het pand binnen waar het lekker warm is.
Ik heb het koud. Toch zou ik nooit met ze willen ruilen. Je dagen doorbrengen achter een computerscherm. Het lijkt mij vreselijk. Ze doen vast belangrijk werk.
Nee, de dieren die ik zie die hebben het beter lijkt me. De meeuwen laten zich meevoeren met de wind. Ze vliegen op ooghoogte en duiken naar beneden. Ze drinken uit de plassen voor de molen. De honden die worden uitgelaten 
lijken ook niets te geven om de regen. Ze zijn blij dat ze naar buiten mogen. Ik hoor een jonge herder keihard blaffen. Hij mag los van zijn vrouwtje, zo maar op het plein. Hij kijkt naar haar. Zou ze een bal gooien of een stok misschien? Er gebeurt niks. Flauw zeg! Ik zou voor mijn hond iets gegooid hebben.
Twee maal heb ik contact met iemand op straat. Een vrouw fietst langs. Ze maakt een ‘joehoe-gebaar’. Ik zwaai. Ik zwaai nogmaals naar een jongen, die nieuwsgierig naar boven kijkt. Hij zwaait voorzichtig terug, enigszins verlegen, maar hij lacht erbij.
Ik denk terug aan mijn verjaardag vorig jaar. Bijna de hele dag was er geen visite. Er was geen feest. Ik had een pasgeboren baby in mijn armen. Meer had ik niet nodig. Alleen liefde.
Ik kijk uit op Villa Augustus en besluit er straks met man en dochter taart te gaan eten. Het is een mooie dag, ondanks die regen. Die deert me niet.