Mijn overgrootvader, Arie, vertrok uit Dordrecht en kwam er niet meer terug. Ik volgde zijn voorbeeld gedeeltelijk. Vertrok ook uit Dordt, maar kwam wel terug. En toen werd ik een van de waarnemers van Dordt.

Ik was een schilderij, maar hoeveel mensen zagen mij? Als fietser of automobilist kijk je naar voren, en niet zo snel naar boven. Ik zag de stad onder mij.

De vlag op de Grote Kerk waait sloom in de wind. De molen draait net, maar windmolens in de verte wel. De contouren van Rotterdamse hoogbouw zijn zichtbaar. Wat een wijds uitzicht.

Er spelen kinderen, fietsers gaan naar huis, auto’s remmen voor stoplicht. Als de zon achter de wolken zakt komen de kleuren op. Je hoort weinig van de stad, toch leeft het. Ik beleef een stil leven. Een Dordtsch stilleven.