Ik neem waar.

Ik neem waar hoe de harde wind het huisje doet trillen. Hoe auto’s onder me doorrijden, hoe de winterzon me dramatisch aanschijnt. Dus tóch theater?

Ooit leerde ik dat er twee manier van kijken zijn: zenden en ontvangen. Eerst ZIE ik fietsers, daken (hé, is dat niet dak van het huis van P.?) langzaam gaat de blik omhoog naar de lucht. De stad wordt silhouet en boven Zwijndrecht vormt zich een zwart front. Ik ontvang. De wolken komen me tegemoet, hagel slaat tegen de ruit, het wordt rustig in de kop. Langzaam dooft de zon.

De waarnemer geeft de stad met een gerust hart over aan de avond.