Vroeger, als klein kind, leerde mijn moeder me goed om me heen te kijken: links, rechts en weer links. Zo kon je veilig oversteken in het drukke Rotterdam: links, rechts en weer links. 

Later, met mijn neus in de  cowboyboeken, las ik over de indianen die urenlang onbeweeglijk over de prairie konden uit kijken. De blik gefixeerd op de horizon. Geen beweging ontging ze, iedere verandering werd waargenomen.

Vorige maand is mijn moeder overleden. Ik kijk uit over Dordrecht en probeer weer die indiaan te zijn uit de boeken van mijn jeugd. Ik kijk in de verte. Ik knijp mijn ogen wat samen, en ja, daar rechts zie ik mijn moeder behoedzaam lopen.

Ik kijk nog eens goed en ze is weer weg. Ik heb waargenomen. Rotterdam, Dordrecht, mijn jeugd, mijn verleden en mijn heden.