De zon laat zich vanochtend niet zien. Wolken drijven vanuit zuidwestelijke richting door de lucht richting het noordoosten. Aan de horizon in het oosten komt een groep ganzen en vliegt voor mijn ogen langs naar het noorden. Mijn oog valt op twee meeuwen die minuten lang voor mij in de lucht hangen. Ze draaien cirkels op de wind. Vliegen naar de oude watertoren en zweven terug naar de toren waarin ik sta. Dan weer terug naar het Wantij. Auto’s vullen de Noordendijk.

Aan de andere kant staat de rode, witte en blauwe vlag fier in de wind, bovenop de toren van de Grote Kerk. Ze wappert strak zoals een vlag hoort te wapperen. Er duikt een duif voor mij langs naar het dak van een huis aan de Noordendijk. Fietsers volgen het pad naar de stad. Aan de andere kant komt een fietser mij tegemoet. Ze ziet mij en zwaait. Ik zie dat er ook een kleine vlag wappert aan de toren van het oude stadhuis. Er vliegt een aalscholver over. In noordoostelijke richting langs de molen. Mijn oog ziet opeens een stuk van de skyline van Rotterdam wazig aan de horizon. Twee meeuwen hangen in de wind vlak voor mijn raam.

Ik realiseer mij dat ik een uur lang mag waarnemen op hun niveau. Zonder de beperking van begrenzende lijnen die straten en huizen vormen. Een tweede fietser zwaait naar mij. Het licht wordt helderder en contouren scherper. De tijd is om.