We gaan allemaal naar huis
met het hoofd in de helm besloten 
of huppelend, met wapperende wanten
de waarnemer glimlacht daarboven.

We gaan allemaal naar huis
achterop bij broer op de fiets
nog even spelen met het hondje
de lampen zijn ongemerkt aangegaan.

We gaan allemaal naar huis
met rechte rug of kromgebogen
tussen de lijnen of kriskras
waarom zou je langer blijven?

Kom veilig thuis
de waarnemer houdt de wacht.