Bij aankomst is er storm til, en ook de avondspits komt eraan. Beneden voetbalt een groep jongens op het plein. De blauwe jas aan en de ene en de beige jas aan de andere kant. Ernaast rolschaatsen de meisjes. In het kantoor wordt intussen doorgewerkt, maar vooral vergaderd. Zo te zien zijn alle ruimtes bezet, eentje zelfs met video. 

Het verkeer in de stad staat nu al muurvast. Aan de andere kant is de weg juist leeg. Ik tel in ieder geval meer meeuwen dan mensen, al heeft dat misschien iets met het gore weer te maken.

Een regenbui, aangevuld met hagel en zware windstoten, maakt korte metten met het voetbal. Ook de rolschaatsers maken zich uit de voeten. Over de stad spreidt zich een grote, grauwe deken uit waar alleen de rookplein van de vuilverbranding  nog helder tegen afsteekt. Ook de vogels laten zich niet meer zien. Op kantoor daarentegen gaan de lichten aan en is alles nu goed te volgen. Het plein is nog steeds leeg.

Plukjes mensen verlaten het kantoor. Een man wil blijkbaar zo graag naar huis (of elders) dat hij uitglijdt en languit op straat valt. Beschamend raapt hij zijn tas op, kijkt om zich heen en loopt verder. Gelukkig lopen er geen collega’s. De vergaderingen zijn nog steeds niet afgelopen. 

De stad is inmiddels niet meer goed zichtbaar. Dit komt door de regen en de wolken. De zon is terug! Ze duikt onder het wolkendek en slaat het in korte tijd in stukken uiteen. Ineens zijn alle details weer te zien. Alsof de dag een korte ‘indian summer’ beleeft.

Het kantoor loopt nu echt leeg. Ook de vergaderingen worden afgesloten. Alleen de directie gaat nog even door.

Het uur is voorbij en de zon is onder. De stad is nu definitief een zwart-wit portret. En het verkeer op de dijk staat nog steeds muurvast.