Bewolkt. De zon is niet te zien. Heel langzaam werd het donkerder. Ik woon in Stadspolders en als ik in Dordrecht ben voel ik me altijd weer een toerist. Alleen het Centraal Station ken ik, want daar kom ik dagelijks twee keer voor mijn werk in Rotterdam.

Ik had gehoopt Dordrecht beter te leren kennen door er zo van boven op neer te kijken. Maar dat niet echt gebeurd. Dordrecht is een vreemde stad. Zoveel mooie gebouwen tussen oerlelijke obstakels. Villa Augustus bijvoorbeeld, o, wat mooi. En aan de andere kant de molen, laatste van grote aantallen die die hier vroeger hadden gestaan. Maar ook moderne dingen zijn toch erg mooi. De Zwijndrechtse spoorbrug is wellicht de mooiste brug van Nederland. Zeker zo mooi als de Erasmusbrug.

Op het Energieplein speelden de hele tijd kinderen voetbal. Ik haat voetbal, maar nu kon ik er wel uren naar kijken. 

Ook de andere zijde gaf uitzicht op Dordrecht. Zoveel moois tussen zoveel lelijks. Maar dat is geen oordeel over de stad. Een moeder op de fiets met een klein kind voor en een achterop wist een hand vrij te krijgen om naar mij te zwaaien. Daar kan ik dan weer erg van onder de indruk zijn. Dat maakt me blij. Ik zwaai terug. Fietsers zijn ook zoveel leukers om naar te kijken. Al die zwarte en andere donkere, eenvormige auto’s zijn zo saai. Fietsers leven, voetballende kinderen zijn geweldig. Dat maakt een stad een levende stad.