Er is geen tijd. Er is alleen licht. Een weliswaar afnemende, maar toch nog redelijke volle maan. Ik sta, of liever ik zweef, aan de westkant. Ik ben een engel. Ik zweef boven de dijk. Alles danst onder mij. De vrouw met de kleurige hoofddoek. De fietsers en de joggers. De auto’s dansen onder mij door. In een naar het schijnt perfect georganiseerde choreografie. Ik voel mij vrij. Mijn ogen bewegen zich van Kunstmin naar de kerk. De kerk met de toren. Ik adem op het ritme van de voorbijglijdende wolken. Er is geen tijd. Voel pas weer dat ik voeten heb als ik naar oostkant ga. Een bovenkant van de zon maakt dat ik van de troostende macht naar de belofte volle dag ga. Van de dansende somberheid naar de verstilde blijheid. Van donker naar licht. Als ik mijn vleugels uit zou slaan zou ik zo naar Villa Augustus kunnen vliegen. Er is geen tijd en geen ruimte. Alles is tijd en ruimte. Wat was verhuld, wordt door de zon verhuld. Wat mild door de maan was verzacht, wordt een kleur. Dat zweven hoog boven het glimmende asfalt is ook de positie van de zelfmoordenaar. Het is ook zijn of niet zijn. In mijn hoofd zing ik wat. Tijd bestaat niet. Dit nest is bedacht door een bouwkundige dichter. Straks ben ik weer op het asfalt. Zing en dans ik tussen mijn tijdgenoten. Zit ik in de Grote Zaal van de Kunstmin en zie ‘Eindspel’ of ‘De tolk van Java’. Kijk uit over het water in Bellevue of koop een schetsblokje in de winkel van Villa Augustus.