Daar sta ik dan, in de etalage op – wat zal het zijn – 17 of 18 meter hoogte. De stad ligt in de schemering aan mijn voeten. Aan de horizon een roodgele gloed, die langzaam, heel langzaam omhoog kruipt. De zon. Even heb ik het gevoel dat ik het komende uur kijk, maar ook bekeken ga worden. Maar dat gevoel is binnen twee minuten vervlogen. Een stel wandelt met de hond over het Energieplein. De hond stopt op het grasveld. ‘First things first.’
Dordrecht, de stad in rust en de stad die langzaam in beweging komt. Rustig aan, niet te snel, doe maar gewoon. Zo ken ik de stad. Ordentlijk en aangehonkt, maar ook wat rauw en nooit af. Maar alles in het normale. Niet teveel uit de band springen. Ja, mooi, de hoogbouw aan de Riedijkshaven, het Tomadohuis en de woontorens van het Overkamppark. Maar houden we het allemaal wel een beetje binnen de perken? In een stad die overloopt van architectonische hoogbouw, vallen de iconen des te meer op. De Zwjindrechtse brug, wanneer laten we die brug nu eens mooi uitlichten? De Grote Kerk, de Benedictuskerk, de Groothoofdspoort en Villa Augustus.
Over De Noordendijk rijden twee scooters met een “L” op de rug. Erachteraan rijdt een auto, Rijschool Content. Content, dat ben ik al sinds het jaar waarin ik vanuit Friesland in de oudste stad van Holland ging wonen. Een hardloper in een knalblauw shirt loopt, nee, rent de stad uit richting Oranjelaan, Tempo zit er goed in. Hij is nog fris, de dag jong.
Langzaamaan wordt de roodgele bal aan de horizon groter en groter. Pluimen uit de pijpen in de verte kringelen als rook vertraagd door het licht.
De contouren van de stad worden steeds zichtbaarder. Stad en omgeving worden scherper. Het licht zie je bij de woningen en gebouwen omhoog gaan. Kinderstemmetjes onder mij. “Hallo, hallo, hallo.” Ouders gaan met hun kinderen het Energiehuis in. Op weg naar muziek- of dansles? Dordrecht, eiland met rust, stad in beweging … maar langzaamaan. De stad waar precies vandaag 14 jaar geleden mijn dochter Iris werd geboren. Ons Dordt.