Zoekend naar de verhouding tussen hier en daar, tussen mij en de stad. Ik ben ervan overtuigd dat mijn post beweegt, ik voel de auto’s onder mijn voeten. De stad redt het zonder mij, ik ben ongezien, of toch niet.
drie kinderen op het plein zwaaien, twee handen omhoog
ik zwaai ook
twee handen omhoog
deur open – deur dicht
geluid aan – geluid uit
de verwarming tikt
Ik ben misselijk
Er komt een moeder aangefietst
kindje achterop
Van ver kijken ze al naar mij
ze zwaaien uitbundig
ik zwaai terug
tranen springen in mijn ogen
En dan is het uur om, het was maar 5 minuten.