31 December, de laatste zonsopgang van het jaar en de laatste van de ‘jaren 10’. Dat maakt mijn waarneming extra bijzonder.

Het is mistig. Het eerste dat mijn aandacht trekt zijn de auto’s. De meeste hebben hun koplampen aan. Een enkeling rijdt zonder verlichting. Ze lijken heel slordig te rijden; in de bocht zitten de meeste auto’s ruimschoots op de linker weghelft. Zou ik dat zelf ook doen?

‘s Morgens vroeg zie ik een vader en een zoon voorbijlopen. Ze hebben grote tassen vol vuurwerk bij zich. Pas om een uur of half tien hoor ik de eerste rotjes knallen.

Langzaam komen de contouren van Villa Augustus uit de mist tevoorschijn, als een spookkasteel. Even later kan ik ook de Grote Kerk en de Zwijndrechtse brug zien. Altijd twee herkenningspunten als ik de stad nader. Op straat wordt het ook steeds drukker. Veel mensen moeten hun hond uitlaten. Ook een aantal hardlopers komen voorbij. Niemand heeft in de gaten dat ik hen sta te bekijken. Als ik na een uur word opgehaald wil ik zeggen “Ik ben nog niet uitgekeken”. Er is zoveel te zien; een uurtje is veel te kort.