Winterlicht
Een strakblauwe lucht die naar de randen toe steeds meer naar oranje neigt. Het is zo helder dat de vliegtuigstrepen zich als komeetstaarten aftekenen. Onder mij het komen en gaan van mensen, lopend, op de fiets en in de auto. Zij zijn zich niet bewust van de waarnemer, ik weet niets van het doel van hun reis. Toch zijn wij even verbonden.

De stilte wordt af en toe doorbroken door knallen van vroeg afgestoken vuurwerk. Verder hoor alleen achtergrondgeluiden, het suizen van auto’s, het stuiteren van een voetbal, de kreet van een kind.
Naarmate de tijd vordert, verandert de zon van een grote gele vuurbal in een kleinere oranje vuurbal. Zij verplaatst zich niet alleen van boven naar beneden, maar ook van links naar rechts. In het begin wordt alles door haar in het gouden licht gezet, later lukt het haar alleen nog maar om stukjes van de stad te beschijnen: het raam uit de toren van Villa Augustus, een zonnepaneel op een dak. Zo zie ik deze stad van eeuwen – ik heb het allemaal waargenomen.