Zondagochtend 29 december 08.48 Dat is mijn tijd, ik ben nummer 485. Waar begint het en waar begint het mee? Uit het keukenraam een lucht met roze waaierwolken tussen lichter blauwe banen. ‘Mooi’ denk ik en ‘ben ik niet te laat?’ Het wordt al licht, check check de tijd, ‘mijn’ tijd. 08:48 – een half uur eerder er zijn. Daar begint het al, bijstellen van aangenomen dingen. Dat de zon op zou komen vanuit het donker, dat de mooiste lucht die lucht was die ik zag op weg naar de uitkijkpost.

Als ik ga staan word ik besprongen door vragen. Waarnemen, wat is dat eigenlijk. Ben ik de waarnemer van mijn gedachten? Bestaat puur waarnemen en wat zou dat zijn. Kun je kijken zonder gedachten? Ik zal het loslaten, althans proberen. In het uur wordt de stad anoniemer, het is een stad. Het ruimtelijke geluid van kerkklokken, de donkere klanken, de lichtere, slaan. De fijne wittige wolkige rookpluimpjes uit 7 schoorstenen. Berijpte daken, een asfaltweg glanzend, nat nog van regen.

Een ekster en een kraai zijn aan het donderjagen. Ik kijk in achtertuintjes. Mijn ogen willen naar randen, de kartelranden van lange bomenrijen in dé verte, een verte, horizon. Zon, horizon. Het is allang licht. Er hangen stille wolken dotten, aaneengeregen dek, bedekking zodat de zon nooit helemaal tot felheid komt. Auto-geluiden raken langzamerhand steeds verder weggefilterd. Het blije gevoel dat slierten ganzen geeft, ik volg zo lang ik kan. Een bewegende tekening die uit beeld verdwijnt. Zes vliegtuigen met strepen tel ik, allemaal een andere kant op.

Dat bonkige, hoekige blok, pal voor het water. ‘Hoe lomp’ denk ik. Het verschil in kaalheid van bomen. Uitwaaierend -puntig, er vaak bovenuit torenend. En waar ik niet aan gedacht had was dat ik de tijd kon volgen op de door de zon opgelichte wijzerplaat van de kerkklok. Hoe ziet een vogel?