“Augustus”. Nee, december. Het staat maar één maand per jaar goed. Het bord van Villa Augustus is net zichtbaar op het lage deel.
Het plein voor Kinepolis is van de bestelbussen. Op een moment staan er 8. Een uur lang komt er amper iemand voorbij. Soms een hond, voortgetrokken door een mens dat niet buiten wil zijn.
De stadskant is veelzijdiger, facetrijker. De molen, het dak van het Energiehuis. De huizen aan de overkant. De witte spoorbrug die altijd zichzelf staat te zijn.
“Can’t nobody tell me nothing…” Dat fragment van ‘Old Town Road’ wervelde een uur lang door mijn gedachten. Verder was het stil. Verder kon ik een uur lang mijn gedachten richten op wat ik zag. Even hier zijn, zonder de dagelijkse beslommeringen. Geluid is er niet echt, in dat houten gangetje daar hoog. De banden van de auto’s ruisen op het natte wegdek. Er is een mechanisch geluid, denk uit het gebouw zelf. Verder was het stil, buiten en binnen.
Kijken. Zien dat elke auto onder je de bocht afsnijdt. Soms gaan ze helemaal over de lijn!
Je ziet de daken, wat damp opwaaien uit huizen.
Je neemt de stad waar, maar zonder echt contact te maken. Behalve met de hardloopster. Een jonge vrouw met bruin haar. Zij kijkt al meteen omhoog, wil het weten. Haar jack heeft ze om haar middel gebonden. In je loop draai je om, kijk je omhoog. Ik zwaai. Jij loopt verder, ik kijk je na als je oversteekt en tussen de huizen verdwijnt. 
Het is wel mooi zo. De rest van mijn indrukken neem ik mee.