Ik beklim het ‘Venster’! Geur van verst hout. Het is herfst in mijn stad. De storm gaat tekeer. Zo hard, zo wild. Ik voel een lichte trilling onder mijn voeten. 
Ik zie van bovenaf de fietsers vechten tegen de wind en de regen. Geen goedemiddag groet! 
Grijs, grauw, druilerig, stormachtig.
Ik neem waar, maar tot hoever kan ik gaan?
Druppels, druppels op het raam. 
Een sliert van auto’s razen onder mij door. 
Rode achterlichten; felle voorlampen.
Een enkele fietser kijkt naar boven; slechts een zwaait. Mijn lief! 
De Dordtse vlag wappert fier op de ‘Dom van Dordrecht’.
Een mens heeft niet veel nodig om gelukkig te zijn, als hij maar kan kijken.
Stad, ik omarm je.