Het feitelijk waarnemen voorbij. Vol ongeduld ga ik naar boven, het is prachtig daar. Ik wil alles duiden wat ik zie, welk gebouw is dat? Zie ik Rotterdam? Hey, dat is dichterbij of verder weg dan ik dacht. Het is rustig op de Noordendijk, het lijken wel verdwaalde fietsers of auto;s maar toch gaan ze gericht op weg. Langzaam kom ik tot rust en voel ik me echt waarnemen, geen deelgenoot van wat er op straat gebeurt. Ik begin te mijmeren, wat brengt de dag voor hen en voor mezelf. Het gepiep van een vrachtwagen brengt me weer terug. Het is prachtig! De zon weerkaatst op de witte en rode gevels. Mijn ongeduld begint te borrelen, ik wil weer deelgenoot zijn in plaats van waarnemen. Ik zie een vader met kind achterop de Noordendijk tegemoet komen. Het kind zwaait druk. Zwaait ze naar mij? In de bocht zie ik het, ze waait inderdaad naar mij. Een mooie uitnodiging om weer af te dalen en ik hoor de voetstappen van mijn begeleider.
De dag is mooi begonnen, op naar de rest.