Het begin was wat onwennig. Je voelt je constant bekeken en bent meer bezienswaardigheid dan waarnemer: mensen wijzen, zwaaien en jij staat daar maar. Ook anticipeer je je nog op wat gaat komen. Een vol uur staan en kijken, dat gaat toch stierlijk vervelen? Het is echter minder passief dan verwacht. Je bent constant op zoek naar iets dat je aandacht pakt en als er niets te zien is, probeer je beter te kijken.
Overgeleverd aan wat buiten gebeurt, neem je alles in je op en probeer je er wat van te maken. Als geheel wel een speciale ervaring maar de waarheid is dat je zoveel ziet dat net zo goed ongezien had kunnen blijven.
Naarmate de zon zakt en het licht roder wordt, begint de stad als geheel op te vallen. De rook uit de schoorstenen, de kerken die er bovenuit steken, je krijgt de indruk van de gemoedelijke stad de je denkt dat Dordrecht is. Toch is er één ding dat opvalt. Het torent boven alles uit, aan de rand van de stad. Hier draait het allemaal om, dit is de grote trots: Het RIWAL Hoogwerkersstadion.