Ik zie, ik zie wat jij niet ziet. En het is… Onze stad… Is het wel mijn stad? Want zelfs na een uur heb ik nog niet mijn huis gevonden, noch de hoge populieren voor mijn deur. Wat ziet alles er anders uit vanaf hier. Verdwaald ben ik. Ik zie de mensen beneden en hun fietsen en honden, huurauto’s, ik zie de huizen de daken; Ik zie ik zie wat jij niet ziet, dat gekke groene ronde ding daar op dat dak. Ik probeer scherp te stellen ‘Wat is het?’ Maar vanaf hier kan je dat niet zien. Vanaf hier is alles anders. En niemand weet hoe het is, Dat weet alleen ik. Omdat ik op dit moment hier sta en niemand anders. De zon zakt en ik zie mezelf weerspiegeld in het raam. En ik realiseer me dat dat áltijd zo is dat alles áltijd anders is vanaf… waar je dan ook staat. En nu realiseer ik me ook hoe bijzonder dat eigenlijk is. Ik zie ik zie wat jij niet ziet en eigenlijk ben ik dat altijd zelf.