Wanneer ik in de waarnemingspost kom, word ik als eerste naar het venster op het westen getrokken. En wel door het bijzondere licht aan de hemel. Ter hoogte van het hoogste punt van de molen is een brede donkere grijze band; daar onder flarden van tinten blauw en grijs.

Er komt regen opzetten en er ontstaan windvlagen. De ruit trilt en regendruppels vertroebelen mijn uitzicht. Als geluid hoor ik de wind en het overstemmende geluid van auto’s. Zij hebben inmiddels hun lichten aan. 

Ik loop naar de andere kant van de ‘post’. De lucht is vrij egaal grijs. In de verte een bouwkraan, elektriciteitsmasten en dichterbij moderne hoekige gebouwen. Ik kijk op het plein met de strakke hoge lantaarnpalen. Op het wegdek van het grijs-zwarte asfalt zijn kleine gele blaadjes gewaaid. Van bovenaf is het net confetti. 

Opnieuw kijk ik naar de strakke gebouwen en stel vast daar te midden de oude grande staat. Het statige Villa Augustus. Recht van de Noordendijk de trapgevelhuisjes, die er van bovenaf uit zien als poppenhuisjes. 

Weer terug naar het raam op het westen. Inmiddels zijn de wolkenformaties sterk veranderd. Een fel licht zit ingeklemd. Daar moet dan de zon ondergaan waarschijnlijk link van de Zwijndrechtse brug.

Het veranderen van de lucht was vanavond fascinerend. Teveel om op te schrijven. 

Op het fietspad richting stad zwoegen fietsers in regenkleding tegen de wind. Het ontroert. 

Mariet Arkenbout