Een ochtend waarnemen, 7 oktober vanaf tien voor acht, een uur lang. Kees Kleingeld is mijn begeleider. Hij is er al als ik aankom. Het ontvangst ritueel is altijd hetzelfde vertelt hij. We drinken koffie en praten. Dan naar boven. wat een mooie houtconstructie! Eerlijke houten balken, zichtbare stevige verbindingen. Binnen in de waarnemersruimte kijk ik rond. Hout op de vloer, hout op de wanden, hout op het plafond, grote vensters aan de einden, 2 lichtlijnen in het midden, verticaal. 

Heen en weer lopen is een belevenis. Met de rug tegen de ruit aan de zijde van het regiokantoor kijk ik nara de stad. De blik is versmald door de lengte van de ruimte. Ik zie alleen een onbeduidend flatgebouw van Zwijndrecht in de verte. En de ruimte zelf. 2 lichtlijnen binnen, links en rechts, maar ook 2 buiten, links en rechts. Ik loo pnaar voren, passeer de lichtlijnen binnen, de 2 van buiten zij ner nog steeds, mijn blik verbreedt, ik zie de spoorbrug, de grote kerk, het stadhuis, het oude gebouw van Bibelot, de koepel van het groothoofd, het Riedijkshaven complex. Buiten zijn de lichtlijnen er nog , kleiner dan eerst, want mijn lichaam heeft, vlak voor het raam, aan de onderzijde de lijnen afgedekt. De buitenlijnen willen de blik weer versmallen. Terug naar de saaie flat van Zwijndrecht. Het mislukt, ik kijk eromheen en zie de stad. Mijn stad.

Rinald van der Wal