Daar stond ik in het venster. Dordt, mijn stad, aan mijn voeten. Absoluut een ‘insta-waardig’ plaatje. Mooi, mijn telefoon ligt beneden. Die moest ik daar achterlaten. Doorgesneden is de verbinding met de buitenwereld. Twee vensters verbinden mij met de stad beneden. Het is etenstijd. Dordrecht gaat aan tafel hoor ik de stem van ‘Man bijt Hond’ in mijn hoofd zeggen. De scooters en fietsen van de bezorgrestaurants rijden af en aan. Na 10 ben ik gestopt met tellen. Ondertussen ontwaar ik steeds meer details. De schoorsteen van de DMI prikt de priemende vinger omhoog. De sequoia in de Stadspolders, het Merwesteynpark, het Stadhuis. De Groothoofdspoort heeft nog steeds de windvaan niet terug. Ik loop naar de andere kant. De kant van de bioscoop vind ik wat saai. In de verte het Land van Valk, waar ik opgroeide. Met de 4 lichtmasten van DS’79, ehh Dordrecht als herkenningspunt. 

Het Energieplein mag van mij wel wat levendiger. Of het komt door het weer. Het wordt netter en donkerder buiten, grijzer eigenlijk. De witte spoorbrug valt wel tegen de wolken. De staatlantaarns gaan aan. In de bioscoop is een film afgelopen. Hoe lang sta ik hier al? 
Hé dat torenspitsje in de verte? Waar staat dat eigenlijk? Zwijndrecht? Ik dacht dat ik mijn stad wel kende 🙂 

Terwijl het donker wordt, blijft de Grote Kerk haar majestueuze silhouette zichtbaar.. dan wordt er op de deur geklopt. De waarneming zit er op…

Wat een bijzondere ervaring.

Jeroen van de Weijde