De houten trap op naar boven. Geen idee wat te verwachten. Een lange smalle ruimte met 2 ramen, het is even wennen, maar dit is de plek waar ik het komende uur zal zijn. Er loopt een man over het plein. Een hardloper in een roze jasje. Het is nog rustig, maar auto’s rijden af en aan. 

Langzaam gaat mijn blik verder, Villa Augustus, de brug richting Papendrecht… Het valt mij op dat alles wat normaal ver weg lijkt, nu opeens heel dichtbij is. Vanaf hier is alles opeens overzichtelijk en eenvoudig. 

Ik loop naar de andere kant. De Grote Kerk en de molen vallen mij als eerste op. Er komen nu steeds meer fietsers en auto’s. De fietsers ontroeren me. Het voelt als thuis. Niet als thuis in Dordrecht, maar thuis in Nederland. Ik word er blij van. 22 jaar geleden ben ik in Dordrecht komen wonen. De eerste jaren voelde ik mezelf een nieuwkomer. Ik had nog geen eigen vrienden en de mentaliteit van de Dordtenaren  was voor mij wennen. Nu 22 jaar later besef ik mij, met dit uitzicht dat ik van Dordrecht ben gaan houden. Vrienden zijn gekomen en heel dierbaar geworden. Mijn kinderen zijn hier opgegroeid en bewegen zich gelukkig en vrij door deze prachtige stad. Net als het uitzicht is alles wat ver leek, nu ineens heel dichtbij. 

Tussen de huizen zie ik grote bomen die hoog boven de huizen uit torenen. Zij hebben dit alles al misschien wel 100 jaar aanschouwd. Ze zijn klein begonnen, maar kijken inmiddels over de hele stad heen. 

Inmiddels is het gaan regenen, mensen gebogen op de fiets ondergaan het nat worden. Het ene raam is nat en het andere droog, wat een heel ander aanbeeld geeft van beide kanten. Boven Villa Augustus zie ik de zon door de wolken prikken, terwijl het lijkt alsof de ramen huilen als ik naar de binnenstad kkijk. Mooi deze verschillende perspectieven. 

Dordrecht, dank je wel dat ik je op deze ochtend mocht aanschouwen.

Fieke Spanjers