Het is een komen en gaan van mensen. Waar gaan ze naartoe? Waar komen ze vandaan? Soms is het zichtbaar: een grote, zware koffer op de rug in de vorm van een gitaar of cello, een hand aan de lijn of een bal onder de arm op weg naar een potje voetbal op het Energieplein. 

Starend uit het raam, schiet ik opeens in de lach van een stel pubers dat zich bekeken voelt en met elkaar, gierend van het lachen, elkaar in de wielen rijdt, heel voorzichtig zwaaien ze naar me. Een klein jongetje tovert een lach op mijn gezicht als hij met gespreide armen naar zijn moeder holt. 

De hele tijd probeer ik naar de verte te kijken, alles te scannen, want ik wil niets missen. Maar de verleiding om te kijken naar het verkeer, de voetgangers en de fietsers onder mij is té groot. Dit stukje stad, voor mij zo bekend, nu bezien vanuit een heel ander perspectief. Ik vind het magisch. Het is een cadeautje aan mezelf, van de stad. 

Op een gegeven moment merk ik dat ik wat zenuwachtig wordt; ik heb m’n kinderen nog niet gezien. Ze zouden toch komen? Dan zwaait er een stipje op het dak van ons huis zó uitbundig. Een paar minuten later lopen ze hier. Lachend, zwaaiend. Mijn lichtpuntje in deze grijze dag. Zelfs de zon piept even dor de wolken en kleurt dat kleine beetje zichtbare lucht roze. 

Dank voor deze ervaring!

Winny te Kloese