Ik, en de kleine spin die mij gezelschap houdt, zien de zon opkomen over onze stad.
Hij zet ieder van ons steeds in een ander licht. Ik draai me om, voel de koelte van het glas en de warmte op mijn rug.
Ik waak over Dordt, voor even.
De Grote kerk waakt altijd over ons.
Ik zie de schoonheid, lelijkheid en ‘mooi van lelijkheid’. Groen, wit, wat rood, wat grijs.
De zonnestralen houden gelijke tred met de bedrijvigheid van de mensen.
Energiek, of schoorvoetend vallen ze de dag weer aan.
Eén keer contact, een hand, een zwaai. Ook hier geldt, wie niet weg is, is gezien.
Ik zie veel, maar ik zie niet alles. Maar wat ik niet zie, kan ik gewoon fantaseren.
Jij bent hier, bij mij.

Hanny de Jong