Een grijze bewolkte ochtend. Nieuwsgierig loop ik van het ene Venster naar het andere. Daar… het ankerpunt: De Grote Kerk. Stil en machtig ligt zij daar. Het ontroert mij. Voortdurend speelde deze week het prachtige gedicht door mijn hoofd: Ode aan Dordrecht, van Cees Buddingh. Hij dicht over de stad, die hem zo vertrouwd is dat hij haar soms niet meer ziet. Zijn geboortestad. 

Voor mij ligt dat anders; ik ben hier niet geboren. Ik woon hier al meer dan 40 jaar, maar het was lange tijd geen liefde tussen mij en de stad… 

Toch blijkt er in al die jaren iets te zijn ontstaan en gegroeid. Uitkijkend vanuit het Venster zag ik ineens een opklaring van west naar oost over de stad trekken. Achtereenvolgens lichtte de Spoorbrug, de Groothoofdspoort en de molen op. Het Wantij werd zilver, de torentjes van Villa Augustus nog doorschijnender. Er vlogen vogels in formatie over de weg naar het zuiden. 

En opeens was daar het diepe gevoel: Dordt je bent mijn stad, hier hoor ik thuis!

Lia van de Kerkhof