Ik zie het licht veranderen. Eerst een roze gloed, daarna komt vanachter Villa Augustus de zon tevoorschijn.
De contouren van alle gebouwen worden duidelijker zichtbaar. Ik zie een wesp (aan de buitenkant) zitten, die ik nu ook goed kan waarnemen.

Ik zie dat ‘de stad wakker wordt’. Eerst een enkele fietser, auto, hoe verder het uur vordert, hoe meer.
Doordat het lichter wordt, en het ene raam wat minder is beslagen, ga ik steeds meer ontdekken.

De Grote kerk, Bonifatius Kerk, Groothoofd: ik kijk of ik nog meer gebouwen herken. 
Door het zonlicht ziet alles er zo vriendelijk uit. Ik neem de stad waar, maar voel mijzelf niet zo waargenomen.
Ik bedenkt dat het een voorrecht is dat ik hier mag staan en dat ik bewoner ben van deze mooie stad. 

Rita van Ramselaar