Kijkend op Dordrecht zag ik daken van huizen, heel veel nieuwe en verderop de oude.
De spoorbrug naar Zwijndrecht, de Grote kerk in geel licht, de strook aan de horizon was okergeel, de wolken daar grijs boven en daarboven blauw.

De Bonifatiuskerk aan het einde van de dijk, de molen dichtbij. Veel auto’s en af en toe een fiets. Soms iemand die zwaait, dan zwaai ik terug en lach.
Aan de andere kant voetballende kinderen, een stuk of 10. Villa Augustus met wapperende vlaggen in de tuin. Een klein stukje Prins Hendrikbrug met af en toe verkeer.
Op de Papendrechtse brug, daar zie je veel meer.

De zon gaat bijna onder, de stad word al donker, de Grote kerk een silhouet. De lucht wordt steeds mooier. De zon wordt een gele bal aan de blauwe lucht, de wolken reflecteren de rode kleur terug.

Ik bleef er naar kijken, zo mooi vond ik het.
Dit was waar ik voor kwam. Wat heb ik geluk.

Inge den Houter