Avond.

Ik stap in het venster en de deur gaat dicht. Ik loop naar de kant van de stad en neem staand mijn plek in voor het glas. De hele dag, sinds de vorige waarneemster, wacht deze ruimte op mijn komst. Het was een warme dag en een warme houtgeur hangt in de ruimte. Ik ben thuis, doe mijn schoenen uit en zet deze rechts van mij. Wat zie ik eigenlijk rechts in de rand van het venster. Daarna de stelling en een ritme van moderne gebouwen. Meer en meer word ik blij wanneer ik ineens Rotterdam zie liggen. De Euromast en bekende skyline. Ik zie de molen en Dordrecht en kom terug bij mezelf. Ik ga op mijn rug liggen en trek mijn knieƫn naar mijn kin. Ik was toch al thuis, Ik sta weer op en blijf kijken, ik word bekeken. Zwaaien en lachen, verrassing en verwachting.

Wat zie ik allemaal? Zal ik iets hebben om te schrijven? Een zwevende eeuw, een duif verderop, bliksem schichten om mij heen. Toch een mooie dag.

Ik zet mijn handen tegen de wanden en duw mijn lichaam omhoog. Nu zweef ik boven de stad. Hemelvaart?

Ik kom terug en kijk nog eens. De lucht is grijs en blauw met uiterst rechts een penseelstreek roze.

De lucht is aquarel.

Corneel de Jonge