In de houten constructie die ik alleen van de straat af had gezien, maar nu mag ik erin. Degelijk gemaakt met stevige hoekstukken, moeren en bouten. Het ruikt naar nieuwbouw, naar gewond grenen. Potloodstrepen op de plekken van de schroeven. Het is stil buiten, het waait nauwelijks. Er vliegen vogels die hoor je niet vliegen, wel kirren en tjilpen. Een duif vliegt telkens de boom in onder mijn voeten. Meeuwen hebben een trage vleugelslag, andere vogels fladderen maar wat af. Ze lijken wel een bewust doel voor ogen te hebben waar ze gaan landen, op de bankjes van het Energiehuisplein, misschien ligt er nog iets te eten.

Er rijdt een man op een fiets over het plein. Een hand aan het stuur, een hand de telefoon. Hij rijdt voor over gebogen, heel langzaam. Eerst stukjes heen en weer over het plein, dan vlak langs Kinepolis, langs de draaideur. Hij rijdt uiteindelijk de straat uit.

Een meisje achterop bij een jongen. Ze fietsen heel langzaam. Ze zijn denk ik nog van gisteren, na een lange nacht uitgaan. Anders dan ik vanmorgen, want ik moest heel hard fietsen, was iets te laat.

De zon is een rood schijnsel achter de boomtokken achter Kinepolis. Een gouden rand op de wolken, als een soort verstilde vulkaan. Uiteindelijk komt de zon toch boven de wolken en doet Hotel Villa Augustus verbleken. Er komen schaduwen, lange schaduwen die er eerst niet waren.

Er zijn voorwerpen die niet worden gebruikt op zondagmorgen. Bureaustoelen staan keurig aangeschoven. De basketballpaal (eentje maar) staat uitnodigend te staan maar niemand met een bal in de buurt. De molen staat stil. De hijskraan wijst roerloos een kant op. De straat is stil. Rusten dingen uit?

Genieten ze ervan even niets te hoeven doen? Nemen ze ook waar, net als ik? Zijn ze zich ervan bewust dat ik ze waarneem?

De zon wordt te fel en ik loop naar de andere kant. Er komt een auto aanrijden. Ik zie de armen van de bijrijder. Hij heeft zijn hand aan zijn kin. In de volgende auto is de bijrijder aan het gebaren. Op de dakrand staan 2 duiven. De ene achtervolgt de andere en andersom. Ze vechten een beetje. Uiteindelijk vliegt de ene op en strijkt neer op een andere dakrand. Alles heeft een verhaal. Er loopt een spinnetje over het raam waar ik doorheen kijk. Schijnbaar moeiteloos wat toch best lastig is op een verticale glazen oppervlak. Ik zie mijzelf weerspiegelend in het raam, mijn voeten tot aan mijn schouders. Maar niet mijn hoofd. Mijn hoofd lost op in alles wat ik zie.

Peggy Tanis.