Ik sta in het raam, onwennig, het is hoger dan ik dacht. Durf ik tot aan de rand bij het raam, ja! Ik zie de voor mij zo bekende gebouwen: De Grote Kerk, de Zwijndrechtse brug, Groot Hoofd, de kerk van de eerste Bibelot. De meeste nieuwe huizen hebben een donker dak, een aantal oude huizen een rood dak. Het is prachtig weer, een mooie blauwe lucht. De zon verdwijnt achter de molen. En dan zie hem weer. Er vliegt een mooie dikke bij langs. Die landt op het hout van de constructie waar ik sta. Ik zie Villa August met de prachtige groene tuin, de watertoren en de drijvende kamers. Ik zie de brug van een enorm binnenvaartschip achter de Dordtse gebouwen langsvaren. Het verdwijnt¬† bij het Groot Hoofd. De bij is klaar met wassen en besluit weer door te vliegen. Nog een paar laatste stralen van de ondergaande zon en de dag wordt nacht. Mensen fietsen met blote armen, auto’s hebben het dak open. De vlaggen staan strak in de wind. Daar gaat de zon op. Mijn observatietijd is voorbij.

Ingeborg Kranenburg