Ik was niet alleen op het dak. De huismus, de houtduif, de tortelduif, de halsbandparkiet, de nijlgans, de vink, de zwartkop, de merel, de winterkoning, de roodborst, de ekster, de kraai, de kauw, de aalscholver, de zilvermeeuw en de kokmeeuw waren er ook. Een vrouw met een jong kind achterop haar fiets kwamen voorbij. Waar gingen ze naartoe? Daar kwam de zon, een vuurrode bal. Haar licht weerkaatst in het torentje van Villa Augustus. Aan de stadskant was de maan nog te zien. Maar terwijl de zon feller werd, verbleekte ze. De stad nam mij ook waar. Een dame met een grote camera maakte een foto van me. We zwaaiden naar elkaar. In het spinnenweb aan de buitenkant van de waarnemer-stellage zaten om 05:20 uur slechts een paar vliegjes. Om 06:20 uur waren het er 56.

Daar kwam de spin.

Irene