Dordt langzaam vervagend in de regen.
De vlag op de toren van de Grote Kerk.
Een strakke rechthoek in de wind.
De Noordendijk druk met auto’s, een enkele haastige fietser, een wandelaar die toch al nat is.
De blikken, de donder en de regen en wind verhullen de geluiden van de stad.
Heel even is de Noordendijk van mij.
Maar zal je net zien de ketting eraf in dit hondenweer.
Haastig naar de bioscoop, maar gezien door de politie: geen achterlicht jongeman.
De stadsverlichting gaat aan, de huizen worden her en der verlicht.
En in het kader van het venster zie ik de vlag niet meer, de wind is gedraaid; de vlag wijst nu naar mij.

Minno Feenstra