Naar boven kijken. Waar herken ik iets? Dichtbij en ver weg natuurlijk. De opvallende torens, hoge gebouwen, een bouwkraan, de molen. Onder me de straat met auto’s, fietsers, wandelaars (met of zonder hond). Er tussenin ligt de stad. Bomen in achtertuinen, hele hoge bomen in het park, schuurtjes en schuttingen, en huizenblokken in wit, rode bakstenen, zwarte pannen. En onbeweeglijk is het stuk van de stad, geen mensen, geen kinderen in de achtertuin, een stille deken tussen mij en de horizon. Ik vraag me af wat ik als waarnemer daar in doe, in dit stadsbeeld. Ik verander niets door mijn waarnemen. De auto’s rijden, fietsers fietsen, wandelaars wandelen, de huizen zijn, de tuinen ook, de bomen idem. Door waar te nemen is de stad er. Hoewel ook als ik dat niet zou doen, is de stad er nog steeds. Het waarnemen doet er voor de stad niet toe. De stad kan wel zonder waarnemer, maar de waarnemer is niets zonder de stad.

Heleen Kromkamp