Hoog boven de stad sta ik in alle vroegte in Het Venster. Het is nog stil, een enkele vogel, een eerste hardloper rent onder mij voorbij. Boven Kinepolis komt de zon op. Knaloranje, om even later weer te verdwijnen achter een grijs wolkendek. Bijzonder, net of de zon uitdooft. Het beeld van de stad is nog schemerig. Vooral de Noordendijk tekent zich duidelijk af. Een enkele auto, de koplampen nog aan. De Noordendijk, één van de dijken, die de stad beschermt tegen het hoge water, uit de zee, of van de rivieren die het Eiland van Dordt omringen.

Dordrecht, rivierstad, maar waar zijn de rivieren? Ik zie ze niet, op een klein stukje Wantij na, bij Villa Augustus en de Prins Hendrikbrug. Ik zoek naar zichtbare tekens van de rivier, bouwwerken die bij de rivier horen. Natuurlijk de spoorbrug, bijna net zo’n baken als de Grote Kerk. De brug naar Papendrecht, een paar hoge hoogspanningsmasten, enkele windturbines in de verte, de Amercentrale achter de Biesbosch. Maar de rivier zelf?

Onwillekeurig denk ik aan dat andere uitzichtpunt, de toren van de Grote Kerk. Vanaf daar zie je de havens en de rivieren die als linten de stad vormgeven.

Vanuit dit venster toont de stad een ander gezicht. Een dicht mozaïek van bomen en gebouwen. En van de rivieren weet je dat ze er zijn, al zie je ze niet. Weten of waarnemen, wat is het verschil?

Ineens komt de zon weer boven het wolkendek uit en geeft kleur aan de stad. En ineens zie ik, richting Papendrecht, een dun, glinsterend streepje van de Merwede. Even maar, de zon verdwijnt weer achter een nieuw wolkendek.

Wat mooi om hier een uur te staan, boven een stad om van te houden!

Ejsmund Hinborch