Wat ik had verwacht, is net wat ik dacht.

Kijk ik naar de zon? Of kijk ik naar de stad?

De zon komt aarzelend boven de wolkenrand. Beneden lijkt het energieplein zwart en doods. Achter Augustus is een woonblok gezet. Dat is beter voor Dordt.

De gerezen zon verblindt mijn uitzicht.

Een man met scooter rijdt stapvoets, een vrouw stapt voets ernaast.

Iemand laat de hond uit.

Verder blijft het stil en leeg.

 

Aan de andere kant ligt Dordt, die lieve stoere stad van oud en jong.

Langzaam besef ik dat het uitzicht bijzonder is.

De grote kerk is echt groter dan de brug, die nu aan de linkerzijde staat.

Het daglicht slurpt de lampen van Kijfhoek op. De wolkenkrabbers van Rotterdam prikken in de geschilderde lucht. Op de Noordendijk rijden auto’s in golven de stad uit. Net als bij een schip dat langs vaart op de rivier. Rrroesjjj, dan niets, en weer rrroesjjj. Alleen maar warmte! De zon in mijn rug.

Het licht dat tussen de huizen in de straten daalt. Dan is het tijd. De dag begint!

Kees.