Bij binnenkomst neemt mijn lichaam de ruimte waar en scan ik als vanzelf de omgeving af. Mijn lichaam stelt vast: ‘ja, ik ben hier veilig’.

Voorzichtig vind ik rust en kijk ik naar de wereld. Waar ik vooraf nerveus was om tentoongesteld te staan, merkte ik al snel dat ik eigenlijk nauwelijks werd opgemerkt.

De zon speelt met de wereld.

Als ik omlaag kijk gaat het leven gewoon door, ieder z’n eigen kostbare leven. Als ik opkijk naar de horizon vind ik rust. De wereld raast door, de wereld staat stil.

Elk volgend moment lijkt de wereld weer anders. De wind in de bomen, draaiende windturbines aan de horizon. Een moeder die roept ‘ga je mee naar huis’. Tot ik besef dat de wereld niet verandert, maar dat ik degene ben die anders kijkt en ontvankelijk wordt voor dingen.

Even raak ik me bewust van de klok op de grote kerk, direct voel ik weer de druk(te) van de wereld. Kalm verleg ik mijn blik naar andere delen van deze mooie stad en herpak mijn stilte.

Een meeuw vliegt op ooghoogte voorbij, zegt gedag en samen zweven we over de daken en het groen.

Tot het moment dat heel langzaam, en toch veel te snel, Rotterdam de zon opslokt en een hartverwarmende gloed achterlaat.

                                                  Jacolien